Teksten

Home

  Lezing stadsgesprek december 1998

 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit en thuis

 

Eindhoven wil - volgens de folder voor dit stadsgesprek - een stad zijn waar mensen zich samen thuis voelen. Met veel onderbrekingen woon ik nu bijna 30 jaar in deze stad, maar de vraag of ik me hier thuis voel is niet eenvoudig te beantwoorden. Misschien ben ik wel telkens weer teruggekomen naar Eindhoven omdat ik me juist niet helemaal thuis voel. Liever gezegd: omdat ik hier zelf kan bepalen hoe thuis ik me wil voelen. Omdat Eindhoven niet knus en huiselijk en bezitterig is, maar gelukkig enigszins ongezellig en rommelig en bovenal: open.

Een van mijn eerste herinneringen aan de stad is een koude voorjaarsmiddag waarop ik weinig om handen had en wat doelloos door de straten liep. En voor doelloos door de straten slenteren is Eindhoven niet goed geschikt, dus ik kwam al snel terecht in een klein, morsig kroegje, waarvan de half gesloten gordijnen het valse licht van de lentezon effectief buiten hielden.

Aan de bar zaten twee mannen, die bezig waren een ernstig gesprek langzaam in alcohol op te lossen. De n kende ik: het was een van mijn hoogleraren op de TU, de ander was een penoze jongen die net uit de gevangenis ontslagen bleek te zijn. Het gesprek voltrok zich in voor mij nagenoeg onverstaanbaar plat Brabants en een door de hoogleraar zelf uitgevonden mengvorm van Duits en Nederlands. En het werd voortdurend onderbroken door opmerkingen in het Latijn van de man achter de bar, die ooit iets belangrijks bij Philips was geweest, maar op een dag besloten had zich geheel aan zijn vloeibare hobby te wijden.

Het gespreksonderwerp ben ik - misschien terecht - vergeten, evenals de afloop. Ik weet alleen nog dat het een tegelijkertijd hilarische en zinvolle middag was, die voor mij, als aankomend studentje, een symbool van Eindhoven is geworden: een metafoor van haast surrealistische openheid, zeker vergeleken met mijn geboortestad.

Aan het einde van de jaren zestig waren hier weinig sociale barrires, religie speelde nauwelijks een rol. Eindhoven was een agglomeratie die zichzelf gedecentraliseerd had, en die in alle richtingen vrij te doorkruisen was. Zelfs de gaten in de bebouwing van het centrum hadden voor mij iets potisch: tekens van de voorlopigheid en veranderlijkheid van een stad. Geen dramatische littekens, maar plaatsen waar je een potje kon voetballen... en waar ooit, it iets neuws, iets opzienbarends zou plaatsvinden.

 

Tja. Dat is dus niet gebeurd, zoals we weten. De gaten zijn in het afgelopen decennium in hoog tempo opgevuld, grotendeels met kantoorgebouwen uit de laden van niet al te dure architektenbureaus. Voetballen kun je bijna nergens meer - ook figuurlijk niet. Veel van het dwarse, onafgemaakte en oneerbiedige van vroeger is Eindhoven kwijtgeraakt. De stad doet zijn best een doorsnee Nederlandse stad te worden. En de openheid van vroeger is niet verdwenen, maar wel verminderd, en veranderd. Niet langer worden vreemdelingen hier zonder meer welkom geheten - en dat in een industrie, een universiteit, een stad, en een land, die groot zijn gemaakt door vreemdelingen - door niemand anders.

Maar er zijn lichtpuntjes. Nu rendement, efficiency en marketing de exploitatie van de binnenstad volkomen in zijn greep heeft gekregen (wat was het niet een gevecht om de uitbating van deze Witte Dame rond te krijgen) ontstaan er buiten het aangeharkte centrum interessante concentraties met de openheid die hier altijd de voedingsbodem zijn geweest voor tegendraadse initiatieven.

Er zijn al een paar plaatsen in de stad die zich, als je door je oogharen kijkt, evengoed in Amerika of Ankara zouden kunnen bevinden. Mij doet dat goed. Ten eerste omdat ik zo het gevoel krijg in mijn eigen stad op reis te kunnen, ten tweede omdat ik denk dat nieuwe Eindhovenaren zich beter thuis zullen voelen naarmate hun woonplaats meer op hun thuis lijkt. Waarom zou er, in de traditie van het Drents Dorp, niet een Turkse wijk of klein Somali mogen ontstaan in Eindhoven?

Helaas, dat gaat niet zomaar. De term 'ghettovorming' valt, en onmiddellijk worden er wenkbrauwen gefronst; men kijkt zorgelijk om zich heen. Ghetto's in Nederland? Als ze er al zijn, wil niemand het weten. Bestuurders maken zich zorgen over de bestuurbaarheid, bewoners over bewoonbaarheid. Naar nationaliteit ingedeelde wijken zijn niet politiek correct in Nederland - terwijl iedereen wel de mond vol heeft over sociale cohesie. Ik vermoed echter dat de sociale verbanden in het Londense Chinatown of Little Italy in New York - maar ook in de Bijlmer en delen van de Haagse schilderswijk - heel wat sterker zijn dan in welke Eindhovense stadswijk ook.

Het zou passen bij het open en grootmoedige karakter van deze stad, als de Eindhovense bestuurders dezer dagen wat veelgeplaagde ministers en staatssecretarissen zouden bellen: met de mededeling dat we nog wel wat plaats hebben voor nieuwe Eindhovenaren.